Gedrag

Overlijden van een dierbare0-3 jaarBelangrijk om te wetenGedrag

WAT KUNNEN KINDEREN VAN 0-3 JAAR DOEN ALS ER IEMAND IS OVERLEDEN?

Op zoek naar de overledene
Jonge kinderen kunnen op zoek gaan naar de overledene.

Huilen
Langdurig en hevig gaan huilen als iemand lang wegblijft.

Veranderingen in slaap- en eetgewoonten
Er kan een verandering optreden in eet- en slaapgewoonten van jonge kinderen. Zij kunnen bijvoorbeeld nachtmerries krijgen.

Onrust
Rustige babies en peuters kunnen ineens onrustige kinderen worden.

Anders reageren
Ze kunnen anders reageren dan men van het kind gewend is.

Regressief gedrag
Peuters kunnen regressief gedrag vertonen. Dit is gedrag dat niet meer bij de leeftijd past, bijvoorbeeld een kind dat zindelijk was, plast weer in zijn broek of bed. Het kind gaat weer duimzuigen of heel erg aan ouders hangen.

Terugtrekken
Ze kunnen interesse in de omgeving verliezen. Kinderen kunnen zich bijvoorbeeld heel stil en passief opstellen en niet reageren op de aanwezigheid van anderen.

Vastklampen
Babies en peuters kunnen zich vastklampen en u niet uit het oog willen verliezen

Directe opmerkingen maken
Peuters kunnen heel directe opmerkingen maken, die voor volwassenen confronterend kunnen zijn. “Mijn mama is dood en koud”. Of : “Mijn broertje was dood en toen moest hij in een grote oven.”

Verdriet uitstellen
Peuters kunnen hun eigen verdriet uitstellen, bijvoorbeeld als een ouder door zijn of haar eigen verdriet niet emotioneel beschikbaar is.

In spel verwerken
Door middel van spel uiten jonge kinderen hun gevoelens. Ze kunnen bijvoorbeeld begrafenisje spelen of een ongeluk naspelen. En dit steeds maar weer. Volwassenen schrikken hier vaak van, maar voor kinderen is het een gezonde manier om verdriet en gemis te uiten.

Contact met de overledene
Peuters kunnen contact ervaren met de overledene. Ze kunnen bijvoorbeeld in bed praten met de overledene

Als bepaald gedrag extreem hevig is en/of lang aanhoudt, kan dat wijzen op verstoorde rouwverwerking. Zie Wanneer zorgen maken?