Niet doen!

Overlijden van een dierbare0-3 jaarHet overlijden van een gezinslid is recent (< een jaar)Niet doen!

Zeggen
- “Papa slaapt voor altijd”. Bij kinderen kan angst ontstaan om zelf te gaan slapen en om ook nooit meer wakker te worden.

- “Mama maakt een verre reis en zal nooit meer terugkomen”. Kinderen begrijpen het niet en voelen zich in de steek gelaten.

- “Kevin is doodgegaan omdat hij heel ziek was”. Kinderen kunnen niet het verschil begrijpen tussen een ernstige en minder ernstige ziekte. Het is belangrijk dat aan het kind wordt uitgelegd hoe erg de ziekte van Kevin was. Anders kunnen kinderen angst krijgen om bij griep of verkoudheid ook dood te gaan.

Eventuele eigen emoties onderdrukken
U kunt uw kindje beter ondersteunen als u uw verdriet toelaat, als u het voelt opkomen. Geef er woorden aan: ik ben ook verdrietig omdat . . . er niet meer is. Dan zijn we gewoon even samen verdrietig, dat is ook niet erg. Verdriet en tranen zijn niet erg maar als je je verdriet niet in de hand hebt dan kan uw kind angstig worden.

Verzwijgen
Verzwijg het verlies en het verdriet niet maar maak het bespreekbaar. Wegstoppen van hun verdriet helpt peuters niet. Belangrijk is wel dat u aansluit bij het kind en dat het niet allemaal vanuit u komt. Kinderen geven vaak signalen die u kunt oppakken.

Denken dat peuters beseffen wat de dood onomkeerbaar is
Ook al zeggen ze: “Papa is dood en komt nooit meer terug”, dat wil niet zeggen dat peuters dat ook begrepen hebben. De onomkeerbaarheid van de dood is niet te bevatten voor ze. Dat besef komt heel langzamerhand. Peuters kunnen blijven vragen waarom papa niet op hun verjaardag komt, niet bij het kerstdiner is. Het is heel belangrijk om deze vragen keer op keer eerlijk te beantwoorden.

Regels loslaten
Thuis is alles anders, niets is voorspelbaar meer. Probeer zo snel mogelijk weer de gewone regels en structuur te handhaven. Dat geeft jonge kinderen een gevoel van rust en veiligheid. En dat hebben ze nu extra nodig !

Corrigeren
Jonge kinderen kunnen dingen zeggen die voor u cru overkomen. Bijvoorbeeld: ik ben blij dat Laura dood is, nu mag ik haar kamer’. Corrigeer het kind niet maar ga in op wat het kind zegt. Bijvoorbeeld:” Dat is een leuke kamer he, die van Laura, over een tijdje ga jij daar slapen!” Besteed er verder geen aandacht aan.